You are here

De interactieve speeltuin

Kinderen die minder goed meekomen toch enthousiast laten meedoen, mensen sneller laten revalideren en meervoudig gehandicapten vrolijk maken. Er is meer mogelijk met spel dan je denkt. Robby van Delden gebruikt interactieve technologie om spelen voor iedereen leuker te maken. Door Edda Heinsman

Leuk een potje tikkertje, maar niet voor iedereen. Hoe zorg je dat het spel leuk blijft, ook al is niet iedereen in de groep even goed? Dat was een van de eerste uitdagingen waar industrieel ontwerper Robby van Delden mee aan de slag ging. Samen met Dennis Reidsma, Alejandro Moreno  en Ronald Poppe ontwikkelde hij het spel Tikkertje 2.0: een geüpdatete versie van het oeroude tikkertje. Vier kinect-sensoren registreren de bewegingen en locaties van de spelers. Met twee projectoren wordt bij elke speler een cirkel geprojecteerd. Afhankelijk van de kleur weet je wie de tikker is. Doel van de tikker is om zijn cirkel met die van een van de anderen te laten overlappen. Doel van de andere spelers is natuurlijk dit niet te laten gebeuren, dus rennen!

'De bewegingen van de spelers kunnen we precies bijhouden', legt Van Delden uit. 'We detecteren wanneer een speler minder goed is in het spel. Die kunnen we helpen door zijn cirkel wat kleiner te maken wanneer hij niet de tikker is. Een speler die heel goed is, krijgt juist een grotere cirkel zodat hij makkelijker te tikken is.' Een andere manier om het spel te beïnvloeden is het aanwijzen van een van de spelers met een pijl. De spelers zijn dan eerder geneigd daar achteraan te rennen. 'Ruim twee maanden stelden we ons spel tentoon en de reacties waren ontzettend enthousiast. We hebben hiermee laten zien dat we bepaald sociaal gedrag kunnen beïnvloeden, en creëren een manier waarop mensen die fysiek net minder goed mee komen toch mee kunnen doen.'

Interactieve bal
Een geslaagde missie. Toch ging zijn onderzoek niet helemaal vanzelf. Een project dat een stuk ingewikkelder lag, was dat van de interactieve bal. 'We wilden iets ontwikkelen voor een groep mensen met een ernstige meervoudige beperking, om er voor te zorgen dat ze meer konden dan achter de TV zitten. Dat ze op een bepaalde manier zelfstandig ervaringen op konden doen en dingen beleven en zich ontwikkelen.' Samen met zorginstelling Dichterbij, Tilburg University, en KITT engineering ontwierp Van Delden een bal die reageert op bewegingen en geluiden van mensen. 'Het idee was dat er een soort dialoog zou ontstaan tussen de bal en de cliënt.'

 

Van Delden testte de robotbal met studenten. 'Die technische test ging heel goed, de bal reageerde op het gedrag van de studenten. Bij de echte bewoners van de zorginstelling was het gedrag echter zo anders, dat de automatische herkenning niet werkte. Bewoog een student bijvoorbeeld het hele bovenlichaam van links naar rechts om de bal aan te sturen, bewoog een cliënt alleen een beetje met het hoofd. Dus moesten we achter de schermen de bal zelf aansturen en zo per cliënt uitmaken hoe de bal moest reageren. De ene cliënt reageerde vooral positief op geluid, de ander op beweging of knipperende verlichting. En sommigen reageerden totaal niet.'

Daarom werd de robotbal voor elk individu apart ingesteld, en gingen de onderzoekers samen met de medewerkers van de zorginstelling aan de slag met negen bewoners. Er werden videobeelden gemaakt, zowel voor, tijdens als na het spelen met de bal, waarbij ze keken naar positieve gedragsuitingen als focus, alertheid en beweging.

Uiteindelijk leek de bal voor een aantal van de meervoudig gehandicapten een positief resultaat op te leveren. 'Maar het bleef heel lastig vast te stellen of het nu daadwerkelijk werkte of niet, om écht in de belevingswereld van de cliënten te stappen. Het is een moeilijke doelgroep om iets voor te doen, ze hebben best weinig mogelijkheden. Dus is het des te mooier als we met techniek iets moois toe kunnen voegen'.

Vrolijk
Het leukst aan zijn onderzoek vond Van Delden het samenwerken met uiteenlopende mensen, universiteiten, instellingen en bedrijven. 'Vijftienhonderd mensen hebben gespeeld met mijn tikkertje-installatie. Als je ziet hoe blij en vrolijk iedereen er van werd, dan gaf dat enorm veel voldoening. Het mooie was dat we hem zelf natuurlijk ook heel veel hebben getest', lacht Van Delden. 'Ik heb flink hard gerend door het tikkertje-spel, collega's achter hun bureaustoel vandaan gehaald en iedereen deed vrolijk mee. Spelen is eigenlijk voor iedere leeftijd leuk.' Lastiger vond de onderzoeker het dat dingen soms wat langer duurden. 'Nu werkt zoiets als het tikkertje-spel erg goed, maar dat was zeker geen kwestie van even programmeren klaar. Veel stappen kosten meer tijd dan je vooraf verwacht. Het aanvragen van toestemming voor ons onderzoek met de interactieve bal bij de medisch ethische commissie was erg leerzaam maar toch ook wel tijdrovend.'

Toch is Van Delden vooral enthousiast over onderzoek doen. Het komende jaar werkt hij als docent en begeleidt hij studenten bij creative technology en human media interaction. 'In de ideale wereld werk ik een aantal dagen per week samen met bedrijven aan het ontwikkelen van technieken voor interactieve spelmogelijkheden en zou ik een aantal dagen op de universiteit werken aan vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld op het gebied van revalideren of interactieve speelplaatsen, ik vind het superinteressant om daar verder in te gaan. Ik verwacht dat interactieve spellen in de toekomst alleen maar groter worden, dat je in plaats van wachten bij de bushalte een spelletje doet. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren.'

 

Samen met het bedrijf Ledgo werkt Van Delden aan spellen voor op een interactieve vloer, om mensen met loopproblemen sneller te laten revalideren. De vloer met spellen werd formatief getest bij De Hoogstraat Revalidatie 'We ontwikkelden verschillende spellen waaruit de therapeut kon kiezen. Bovendien kon hij zelf op een bijgeleverde tablet verschillende parameters invullen. Je kunt bijvoorbeeld mensen grotere stappen laten nemen. Of een patiënt die ten gevolge van hersenbloeding een onregelmatige pas heeft, kun je stimuleren om langer op zijn linker- of rechtervoet te staan.' De installatie werd positief ontvangen. 'De installatie werd gewaardeerd door meerdere therapeuten en door hen gezien als iets dat als extra tool in de therapie te integreren is. De patiënten waren ook enthousiast. Ze liepen bijvoorbeeld net een stapje verder dan anders. Er waren zelfs patiënten die vroegen wanneer ze weer mochten.'

IUALL (Interaction for Universal Access)
Ook dit is een COMMIT/ project

Robby van Delden (1986) haalde zijn bachelor en master industrieel ontwerpen en de master human media interaction aan de Universiteit Twente. 2011 begon hij daar aan zijn promotieonderzoek. 24 maart 2017 is hij succesvol gepromoveerd met het proefschrift '(Steering) Interactive Play Behavior'. Zijn onderzoek werd gefinancierd door Commit.